Over oog in oog met een open hart en Rene Froger als redder in nood
Ik heb nog nooit in een ziekenhuis gelegen (afkloppen!) maar er is iets aan ziekenhuizen dat mij fascineert. Vooral de afdeling waar ze mensen opensnijden en dan met veel ingewikkelde apparatuur behandelen. De samenkomst van vlees, bloed en koud staal is een prachtig contrast, als een ballet van bewegingen: het kloppend hart, stromend bloed en de modernste technieken. Het doel: levens redden. Ik kom uit een artsenfamilie, die teruggaat tot de 17e eeuw. Iedere dokter de Boer uit Noord-Holland is geheid ergens familie van mij. Dus toen een directeur mij vroeg voor een foto-opdracht in zijn ziekenhuis, zei ik zonder aarzeling ja. Op dat moment dacht ik er nog niet over na dat ik niet eerder een operatie in levende lijve had gezien. Terwijl ik toch beter had kunnen weten… Mijn man presenteerde in de vorige eeuw het tv-programma Chirurgenwerk voor Veronica en vertelt weleens kleurrijk over hoe hij -tijdens de verslaggeving van zijn allereerste operatie- van zijn stokje ging. Dus had ik een gewaarschuwd mens kunnen zijn. Maar zoals wel vaker, wint nieuwsgierigheid het van mijn realiteitszin. Gelukkig ook maar; als ik eerst de beren op de weg zou zien, kwam ik nooit ergens.
Al vroeg in de ochtend meld ik mij op de OK-afdeling, gewapend met ontsmette camera en gestoken in een inktblauwe outfit met mutsje en gele verpleegkundigen-Crocs. Voor ik er erg in heb, sta ik in een operatiekamer waar een snee is gemaakt in een dikke buik, waar opeens een baby uit wordt getild. Het is zo bevreemdend dat ik bijna vergeet te fotograferen. Bìjna, want het moment suprème en de eerste kennismaking van de kersverse ouders met hun jonge spruit heb ik gelukkig wel vastgelegd. Intuïtie wint het van verbazing. En doorrrr naar de volgende operatie!
De hartchirurg neemt me vooraf apart en legt de procedure uit. Ik krijg de indruk dat hij mij verwart met een collega; ik zie er tenslotte hetzelfde uit. De dubbele bypass gaat als volgt: uit het onderbeen van de patient wordt een ader gehaald en daarmee maakt hij twee omwegen bij het hart. Gek dat hij mij zo gedetailleerd laat zien hoe het in zijn werk gaat, maar ik maak geen bezwaar. Wel is dit het moment dat ik me afvraag of ik eigenlijk wel bestand ben tegen de aanblik van een opengesneden lijf. Maar er is geen tijd om na te denken; de patiënt wordt de OK ingerold en onder narcose gebracht. Zijn lichaam lijkt nog te protesteren, maar even later is hij in diepe slaap en haalt de chirurg iets tevoorschijn dat nog het meeste weg heeft van een kettingzaag, die hij met een soepele beweging in het borstbeen zet. De ribbenkast wordt opengetrokken als een klemmende gereedschapskist en daarin ligt … het kloppend hart.
Ik zie het eerst nog van een afstand aan, tot de hartchirurg mij wenkt. Kom het eens van nabij bekijken! Voor een goed beeld mag ik op een kistje staan. De verwachte flauwte blijft uit; dit is een fascinerend beeld! Het helpt dat ik in zwartwit fotografeer; het gaat me niet om het bloed, maar om de interactie tussen mensen die samenwerken aan deze ingrijpende openhartoperatie. Het zwartwit schept een veilige afstand tot mijn gevoelsleven.
Heel anders is de operatie die een kamer verderop plaatsvindt. Die heeft meer weg van een potje gamen: de chirurg kijkt naar een groot beeldscherm en met joysticks beweegt hij wat heen en weer. De ruimte is steriel (ik mag er niet binnen) en een paar meter naast hem, onder een deken van apparatuur en lakens, ligt een lichaam dat met minuscule tentakels wordt bepoteld, op instigatie van de man achter de computer. De interactie tussen de chirurgen en verpleegkundigen bij deze operatie is vergelijkbaar met die van pubers achter hun beeldscherm. Ieder doet zijn ding; een ogenschijnlijk solistisch bestaan van 5 man op 30 vierkante meter.
Voor mijn opdracht is dit dus niet de plek. Dus snel door naar een knie-operatie. Ook hier is de blik gevestigd op het scherm, maar staan de twee chirurgen met grote zilveren stokken in een knie te roeren, als blinde chefs in een pan soep. Het ziet er nogal ruig uit en ik hoop dat mijn knieën het voorlopig volhouden. Goed om af te kloppen, want niet lang geleden verrekte ik een knieband, tijdens een fotoshoot nog wel. Lokatie: het Rembrandthuis. Voor mijn lens zanger René Froger.Hij is een groot fan van Rembrandt en een weldoener voor het geboortehuis van de schilder. Na de fotosessie met mooi Rembrandtlicht, stop ik de statieven terug in de statieventas, zittend op mijn hurken. Soepel beweeg ik heen en weer tussen de ene hurk en de andere, als het gebeurt: pang! Een vreemd en nogal pijnlijk gevoel in mijn knie, alsof een elastiek is geknapt. Als ik op wil staan blijkt dat ik niet meer op mijn rechterbeen kan staan. Op 1 been kom ik de smalle trap niet meer af. Dan komt René to the rescue. Als een holbewoner zwaait hij mij als zijn prooi over de schouder, tilt mij het Rembrandthuis uit en zwiept mij in zijn auto om me veilig thuis te brengen. Het is zo’n hilarisch gezicht dat ik voor één keer hoop dat de paparazzi buiten in de aanslag staan. Een gemiste kans, Edwin Smulders!

Een column van Sacha de Boer, presentatrice en fotografe, geschreven voor FIAR, de brancheorganisatie voor producenten en importeurs van audio, imaging en tv.
Word nu ook deelnemer
Bent u producent of importeur van consumentenelektronica? Ontvang dan regelmatig een bericht vol kennis en inspiratie, met actuele thema’s, nieuws en aankomende bijeenkomsten.