Conversatie met mijn jongere ik over revoluties

Ha Sacha,

Leuk je zo even te spreken, ik ben jou, maar dan 30 jaar later. Je staat met je 26 jaar nog aan het begin van je carrière, en zonder veel te verklappen kan ik vertellen dat het een vrolijke rollercoaster wordt. Maar er is 1 ding dat ik niet helemaal van je begrijp en daar moeten we het toch even over hebben. Ik hoor je namelijk in 1993 zeggen dat ‘dat internet best wel eens dingetje kan worden’. Nou dat klopt. We kunnen in 2024 niet meer zonder. Alles is gebaseerd op internet. Werken, vrije tijd, muziek, met elkaar communiceren, dingen opzoeken, je gezondheid checken, shoppen… alles gebeurt vanachter je scherm. Dus het is inderdaad wel een ‘dingetje’ geworden, dat internet.

Wat ik dus niet begrijp, is dat jij daar destijds niets mee hebt gedaan. Je had een startup en was tenslotte een zelfstandig ondernemer met een dosis lef en nieuwsgierigheid. Ja ja, ik weet het, je kon toen nog niet Googlen of iets aan ChatGPT vragen; dus ook niet ‘hoe doe ik iets met dat internet’. Dat is in deze tijd wel eenvoudiger. We zijn een stuk slimmer geworden door internet, ook als we niet meer zelf hoeven na te denken. We zoeken het gewoon op.

Okee, ik weet dat je gebeld hebt met de Universiteit Delft, maar dat ze er ook geen raad mee wisten. Of je misschien niet met de juiste persoon doorverbonden werd. Wel jammer dat je het daarbij hebt laten zitten.

Want op zich was je omgeven door early adapters zoals je vader en je hippie-oom uit Schotland. Al in de jaren 80 vertelde je oom over databases waar hij als electronic librarian online wetenschappelijke artikelen opzocht voor zijn opdrachtgevers. Als hij in Nederland was, liet hij zien hoe dat werkte: met een laptop ter grootte van een flinke akten koffer en een modem met twee zuignappen om de bakelieten telefoonhoorn in te klemmen. Op het enorme toetsenbord typte hij iets als ‘dir/sys: goto’ en vervolgens begon het scherm groene cijfers en letters te braken tot je oom zei: kijk, nu zitten we in een database in New York. Daar kon hij op ondoorgrondelijke wijze zoeken naar weinig toegankelijke informatie. 

Fascinerend! In een ander tijdperk zou je hem een digital nomad kunnen noemen. En inmiddels iemand die gewoon thuiswerkt. Hij plaagde je ook regelmatig door te vragen of je al ‘online’ was. ‘Hoe dan?’ vroeg je je af in een tijd dat nog steeds niemand een computer had. Hoewel, je vader was zijn tijd ook al ver vooruit, want hij had begin jaren 80 een Sinclair ZX81 aangeschaft; een van de eerste pc’s die we toen nog voluit personal computer noemden. Die programmeerde je met BASIC, of door een cassettebandje met vreemde ruis te laten horen waardoor je een erg primitief computerspelletje kon spelen. Iets met ‘Space’. 

Mind you, dit was de tijd dat we nog Pong speelden, de Moeder Aller Games. Vanaf 1987 was er de eerste adventure game: Leisure Suit Larry in The Land of the Lounge Lizards, een blokkerig mannetje dat schokkerig door beeld bewoog en die je opdrachten kon laten uitvoeren door teksten te typen. Zijn missie was wat schunnig; hij moest voor het eerst van zijn leven met iemand naar bed. Alleen mislukte elke poging, want je was steeds iets vergeten mee te brengen (bloemen, geld, condooms). En dus was het keer op keer Game Over. Tot we met wat vrienden en vriendinnen de krachten bundelden en … 

-Wat zeg je, jonge versie van mij? Dat jij weliswaar bij de internetrevolutie niet helemaal vooraan stond, maar dat ik dat bij de eerstvolgende revolutie kan goedmaken? AI?! Ai, ai, ai….

 

Sacha De Boer Met De Leica Van Ata Kando En Eva Besnyø

Een column van Sacha de Boer, presentatrice en fotografe, geschreven voor FIAR, de brancheorganisatie voor producenten en importeurs van audio, imaging en tv.

Word nu ook deelnemer

Ontvang regelmatig een bericht vol kennis en inspiratie, met actuele thema’s, nieuws en aankomende bijeenkomsten.

deelnemer worden